Overeenkomst tussen Spanje en Nederland ter vermijding van dubbele belastingheffing

Aan de Costa del Sol bevindt zich een belangrijke kolonie Nederlanders die ons land als permanente verblijfplaats hebben gekozen. Het goede klimaat en de vriendelijkheid van de bevolking zijn belangrijke attracties die zij in aanmerking hebben genomen om zich in ons land te vestigen.

 

Zodra een “buitenlander” fiscaal inwoner van ons land wordt (door er meer dan 183 dagen per jaar te verblijven), moet hij voldoen aan zijn belastingverplichtingen, die precies dezelfde zijn als die waaraan een Spaanse onderdaan moet voldoen. Wanneer deze “fiscaal inwoner van Spanje” echter inkomsten verwerft uit een ander vreemd land, moet hij/zij rekening houden met de bepalingen van het dubbelbelastingverdrag dat Spanje heeft gesloten met het land van de bron van de inkomsten, teneinde situaties van dubbele belastingheffing te voorkomen, aangezien deze inkomsten soms moeten worden belast in het land waar de inkomsten vandaan komen.

Vandaag willen wij het hebben over de overeenkomst ter voorkoming van dubbele belastingheffing tussen Spanje en Nederland.

 

Zoals wij hierboven reeds hebben uiteengezet, moeten wij, om te weten te komen hoe een fiscaal inwoner (particulier) in Spanje moet worden belast over inkomsten uit Nederland, niet alleen de bepalingen van de Spaanse belastingwetgeving raadplegen, maar ook de bepalingen van de tussen beide landen gesloten Overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting.

 

Wij zullen overgaan tot een kort overzicht van de meest voorkomende inkomsten die kunnen worden verkregen door een fiscaal inwoner van Spanje wiens bron van oorsprong Nederland is, en hoe deze moeten worden belast.

 

  1. Verhuur van in Nederland gelegen onroerende goederen (artikel 6 van de DTA)

In artikel 6 van het CDI is bepaald dat inkomsten uit onroerend goed kunnen worden belast in de staat waar het goed is gelegen. Met andere woorden, de inkomsten die een fiscaal inwoner van Spanje verkrijgt uit de verhuur van een in Nederland gelegen onroerend goed, zouden in Nederland kunnen worden belast.

 

Opmerking: Het feit dat in het dubbelbelastingverdrag is bepaald dat deze inkomsten in Nederland aan belasting kunnen worden onderworpen betekent niet dat zij noodzakelijkerwijs in Nederland moeten worden belast, aangezien het mogelijk is dat zij in dat land als “vrijgesteld” kunnen worden beschouwd of dat zij een andere fiscale behandeling kunnen krijgen dan in Spanje, maar het simpele feit dat in de overeenkomst staat “in Nederland aan belasting kunnen worden onderworpen” betekent dat zij in Spanje van belasting zullen worden vrijgesteld.

 

Artikel 25, lid 3, van de DTA bepaalt dat dit soort inkomsten onderworpen zou zijn aan de Spaanse inkomstenbelasting, maar dat zij “vrijgesteld” zouden zijn. Met andere woorden, u zult in Spanje geen belasting (IRPF) hoeven te betalen over de inkomsten die u uit de verhuur van het in Nederland gelegen onroerend goed hebt verkregen, maar dezelfde (vrijgestelde inkomsten) zullen moeten worden berekend voor de berekening van het belastingtarief waartegen deze ingezetene IRPF zal moeten betalen voor andere soorten inkomsten die hij/zij kan ontvangen (verhoging van het marginale belastingtarief dat op andere inkomsten van toepassing is).

 

  • Voorbeeld:

 

Stel, een fiscaal inwoner van Spanje heeft uit een in Nederland gelegen onroerend goed huuropbrengsten ten bedrage van 100 000 euro per jaar verkregen en in Nederland over die huur 2 500 euro belasting betaald. Laten we aannemen dat deze persoon in Spanje een jaarinkomen heeft verworven als “advocaat-beroepsbeoefenaar” voor een bedrag van 20.000€ per jaar, waarop 3.000€ is ingehouden op de loonlijst.

 

Indien deze persoon geen huurinkomsten had gehad, zou het toepasselijke persoonlijke inkomstenbelastingtarief voor zijn beroepsinkomsten in Spanje ongeveer 21% bedragen, maar aangezien hij de verkregen huurinkomsten ten bedrage van 100.000€ moet berekenen, zou het belastingtarief dat van toepassing is op die inkomsten als “beroepsbeoefenaar” ongeveer 45% bedragen (de marginale belastingschaal neemt toe naarmate het inkomen dat voor de berekening ervan moet worden berekend hoger is).

 

2. Toerekening van inkomsten uit in Nederland gelegen onroerende zaken (artikel 6 DBV)

In artikel 6 van het dubbelbelastingverdrag tussen Spanje en Nederland is bepaald dat inkomsten uit onroerend goed kunnen worden belast in de staat waar het goed is gelegen. Met andere woorden, de “vermoedelijke” inkomsten uit onroerend goed die een fiscaal inwoner van Spanje kan verkrijgen uit de eigendom van een in Nederland gelegen onroerend goed, kunnen in Nederland aan belasting worden onderworpen.

 

Deze situatie is vergelijkbaar met die welke is beschreven in punt 1. Een natuurlijke persoon die in Spanje woont en in Nederland een onroerend goed bezit, zal het vermoedelijke inkomen dat hem of haar kan worden toegerekend, niet hoeven aan te geven in zijn of haar aangifte in de personenbelasting.

 

Aangezien een in Nederland gelegen onroerend goed geen kadastrale waarde heeft (aangezien dit een begrip is dat van toepassing is en gedefinieerd wordt door de Spaanse regelgeving), zou de toerekening van de inkomsten uit onroerend goed die in aanmerking moeten worden genomen voor de verhoging van het marginale tarief dat van toepassing is in de Spaanse aangifte in de personenbelasting, naar wij begrijpen door toepassing van de bepalingen van artikel 85 LIRPF, berekend worden door middel van deze formule (1,1% x 50% verwervingsprijs van het onroerend goed).

 

Dit toegerekende inkomen zal, overeenkomstig de overeenkomst tussen Spanje en Nederland ter voorkoming van dubbele belasting, zijn vrijgesteld van het betalen van belasting in Spanje, maar het zal in aanmerking worden genomen voor de berekening van het toepasselijke marginale tarief van de inkomstenbelasting in het geval dat de belastingplichtige andere soorten niet-vrijgestelde inkomsten moet aangeven.

 

dubbele belastingheffing Spanje Nederland

 

3. Het voorbeeld zou vergelijkbaar zijn met dat in het geval van huren.

Dividenden verkregen van een in Nederland gevestigde vennootschap (artikel 10 van het dubbelbelastingverdrag tussen Spanje en Nederland).

 

De dividenden die de fiscaal inwoner van Spanje verkrijgt van een in Nederland gevestigde vennootschap, worden in Spanje belast, en ook in Nederland (tegen het maximumtarief van 15%). In Spanje kan echter een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting worden toegepast bij de indiening van de aangifte in de personenbelasting, d.w.z. het in Nederland betaalde bedrag kan worden afgetrokken.

 

4. Rente (artikel 11 CDI)

Vergelijkbaar met punt 3 (dividenden) met dien verstande dat het maximumtarief voor belastingheffing in Nederland 10% zou moeten bedragen.

 

5. Verkoop van in Nederland gelegen onroerende goederen – Vermogenswinst (artikel 14 WTC)

In artikel 14 van het Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen Spanje en Nederland is bepaald dat voordelen uit de verkoop van onroerend goed kunnen worden belast in de staat waar het goed is gelegen. Met andere woorden, de winst die een fiscaal inwoner van Spanje behaalt met de verkoop van een onroerend goed in Nederland, kan in Nederland aan belasting worden onderworpen.

 

In artikel 25, lid 3, van de CDI is bepaald dat dit soort inkomsten of winst in Spanje is vrijgesteld van belasting, maar dat deze moeten worden meegerekend voor de berekening van het belastingtarief waartegen deze ingezetene inkomstenbelasting moet betalen voor een ander soort inkomsten van dezelfde categorie (vermogenswinst).

 

Opmerking : Het feit dat de DTA vaststelt dat deze winst in Nederland zou kunnen worden belast, betekent niet dat zij noodzakelijkerwijs in Nederland moet worden belast, aangezien het mogelijk is dat zij in dat land als “vrijgesteld” zou kunnen worden beschouwd of een andere fiscale behandeling zou kunnen krijgen dan die welke zij in Spanje zou kunnen krijgen. Indien, om welke reden dan ook, deze vermogenswinst in Nederland niet wordt belast, zal zij in Spanje “vrijgesteld” blijven van belasting.

 

6. Verkoop van aandelen of deelnemingen (artikel 14 CDI)

De meerwaarde verkregen bij de verkoop van aandelen of deelnemingen in een Nederlandse vennootschap zal in Spanje worden belast.

 

Volgens artikel 25, lid 2, CDI mag de belastingplichtige, indien deze vermogenswinst overeenkomstig zijn nationale wetgeving ook in Nederland aan belasting is onderworpen, in de in Nederland in te dienen belastingaangifte de belasting aftrekken die in Spanje over deze vermogenswinst verschuldigd zou zijn.

 

7. Ouderdomspensioen (artikelen 19 en 20 van de overeenkomst tussen Spanje en Nederland ter voorkoming van dubbele belasting)

Indien een inwoner van Spanje een pensioen uit Nederland ontvangt, moet een onderscheid worden gemaakt:

 

  • Pensioenen die worden ontvangen voor pensionering (niet-publieke werknemers) worden alleen in Spanje belast.

 

  • Pensioenen die rechtstreeks door de Nederlandse Staat worden uitgekeerd, omdat men ambtenaar is geweest, kunnen in bepaalde gevallen in Nederland worden belast, terwijl zij in Spanje zijn vrijgesteld. In ieder geval moet bij de Nederlandse overheid een certificaat worden aangevraagd, waarin wordt verklaard of het pensioen in Nederland van belasting is vrijgesteld.

 

Vanuit Netlex adviseurs in Marbella raden wij u aan contact op te nemen met onze professionele adviseurs indien u twijfels of vragen heeft met betrekking tot de Overeenkomst ter voorkoming van dubbele belastingheffing tussen Spanje en Nederland.

 

INFORMATIE BRON:

  • Overeenkomst tussen Spanje en Nederland ter vermijding van dubbele belastingheffing.
  • Fiscaal overleg DGT V1595-14
  • Belastingoverleg DGT V1993-16

This post is also available in: Spaans Engels

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *