dubbele belastingheffing Spanje Nederland

Overeenkomst tussen Spanje en Nederland ter vermijding van dubbele belastingheffing

Aan de Costa del Sol bevindt zich een belangrijke kolonie Nederlanders die ons land als permanente verblijfplaats hebben gekozen. Het goede klimaat en de vriendelijkheid van de bevolking zijn belangrijke attracties die zij in aanmerking hebben genomen om zich in ons land te vestigen.

 

Zodra een “buitenlander” fiscaal inwoner van ons land wordt (door er meer dan 183 dagen per jaar te verblijven), moet hij voldoen aan zijn belastingverplichtingen, die precies dezelfde zijn als die waaraan een Spaanse onderdaan moet voldoen. Wanneer deze “fiscaal inwoner van Spanje” echter inkomsten verwerft uit een ander vreemd land, moet hij/zij rekening houden met de bepalingen van het dubbelbelastingverdrag dat Spanje heeft gesloten met het land van de bron van de inkomsten, teneinde situaties van dubbele belastingheffing te voorkomen, aangezien deze inkomsten soms moeten worden belast in het land waar de inkomsten vandaan komen.

Vandaag willen wij het hebben over de overeenkomst ter voorkoming van dubbele belastingheffing tussen Spanje en Nederland.

 

Zoals wij hierboven reeds hebben uiteengezet, moeten wij, om te weten te komen hoe een fiscaal inwoner (particulier) in Spanje moet worden belast over inkomsten uit Nederland, niet alleen de bepalingen van de Spaanse belastingwetgeving raadplegen, maar ook de bepalingen van de tussen beide landen gesloten Overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting.

 

Wij zullen overgaan tot een kort overzicht van de meest voorkomende inkomsten die kunnen worden verkregen door een fiscaal inwoner van Spanje wiens bron van oorsprong Nederland is, en hoe deze moeten worden belast.

 

  1. Verhuur van in Nederland gelegen onroerende goederen (artikel 6 van de DTA)

In artikel 6 van het CDI is bepaald dat inkomsten uit onroerend goed kunnen worden belast in de staat waar het goed is gelegen. Met andere woorden, de inkomsten die een fiscaal inwoner van Spanje verkrijgt uit de verhuur van een in Nederland gelegen onroerend goed, zouden in Nederland kunnen worden belast.

 

Opmerking: Het feit dat in het dubbelbelastingverdrag is bepaald dat deze inkomsten in Nederland aan belasting kunnen worden onderworpen betekent niet dat zij noodzakelijkerwijs in Nederland moeten worden belast, aangezien het mogelijk is dat zij in dat land als “vrijgesteld” kunnen worden beschouwd of dat zij een andere fiscale behandeling kunnen krijgen dan in Spanje, maar het simpele feit dat in de overeenkomst staat “in Nederland aan belasting kunnen worden onderworpen” betekent dat zij in Spanje van belasting zullen worden vrijgesteld.

 

Artikel 25, lid 3, van de DTA bepaalt dat dit soort inkomsten onderworpen zou zijn aan de Spaanse inkomstenbelasting, maar dat zij “vrijgesteld” zouden zijn. Met andere woorden, u zult in Spanje geen belasting (IRPF) hoeven te betalen over de inkomsten die u uit de verhuur van het in Nederland gelegen onroerend goed hebt verkregen, maar dezelfde (vrijgestelde inkomsten) zullen moeten worden berekend voor de berekening van het belastingtarief waartegen deze ingezetene IRPF zal moeten betalen voor andere soorten inkomsten die hij/zij kan ontvangen (verhoging van het marginale belastingtarief dat op andere inkomsten van toepassing is).

 

  • Voorbeeld:

 

Stel, een fiscaal inwoner van Spanje heeft uit een in Nederland gelegen onroerend goed huuropbrengsten ten bedrage van 100 000 euro per jaar verkregen en in Nederland over die huur 2 500 euro belasting betaald. Laten we aannemen dat deze persoon in Spanje een jaarinkomen heeft verworven als “advocaat-beroepsbeoefenaar” voor een bedrag van 20.000€ per jaar, waarop 3.000€ is ingehouden op de loonlijst.

 

Indien deze persoon geen huurinkomsten had gehad, zou het toepasselijke persoonlijke inkomstenbelastingtarief voor zijn beroepsinkomsten in Spanje ongeveer 21% bedragen, maar aangezien hij de verkregen huurinkomsten ten bedrage van 100.000€ moet berekenen, zou het belastingtarief dat van toepassing is op die inkomsten als “beroepsbeoefenaar” ongeveer 45% bedragen (de marginale belastingschaal neemt toe naarmate het inkomen dat voor de berekening ervan moet worden berekend hoger is).

 

2. Toerekening van inkomsten uit in Nederland gelegen onroerende zaken (artikel 6 DBV)

In artikel 6 van het dubbelbelastingverdrag tussen Spanje en Nederland is bepaald dat inkomsten uit onroerend goed kunnen worden belast in de staat waar het goed is gelegen. Met andere woorden, de “vermoedelijke” inkomsten uit onroerend goed die een fiscaal inwoner van Spanje kan verkrijgen uit de eigendom van een in Nederland gelegen onroerend goed, kunnen in Nederland aan belasting worden onderworpen.

 

Deze situatie is vergelijkbaar met die welke is beschreven in punt 1. Een natuurlijke persoon die in Spanje woont en in Nederland een onroerend goed bezit, zal het vermoedelijke inkomen dat hem of haar kan worden toegerekend, niet hoeven aan te geven in zijn of haar aangifte in de personenbelasting.

 

Aangezien een in Nederland gelegen onroerend goed geen kadastrale waarde heeft (aangezien dit een begrip is dat van toepassing is en gedefinieerd wordt door de Spaanse regelgeving), zou de toerekening van de inkomsten uit onroerend goed die in aanmerking moeten worden genomen voor de verhoging van het marginale tarief dat van toepassing is in de Spaanse aangifte in de personenbelasting, naar wij begrijpen door toepassing van de bepalingen van artikel 85 LIRPF, berekend worden door middel van deze formule (1,1% x 50% verwervingsprijs van het onroerend goed).

 

Dit toegerekende inkomen zal, overeenkomstig de overeenkomst tussen Spanje en Nederland ter voorkoming van dubbele belasting, zijn vrijgesteld van het betalen van belasting in Spanje, maar het zal in aanmerking worden genomen voor de berekening van het toepasselijke marginale tarief van de inkomstenbelasting in het geval dat de belastingplichtige andere soorten niet-vrijgestelde inkomsten moet aangeven.

 

dubbele belastingheffing Spanje Nederland

 

3. Het voorbeeld zou vergelijkbaar zijn met dat in het geval van huren.

Dividenden verkregen van een in Nederland gevestigde vennootschap (artikel 10 van het dubbelbelastingverdrag tussen Spanje en Nederland).

 

De dividenden die de fiscaal inwoner van Spanje verkrijgt van een in Nederland gevestigde vennootschap, worden in Spanje belast, en ook in Nederland (tegen het maximumtarief van 15%). In Spanje kan echter een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting worden toegepast bij de indiening van de aangifte in de personenbelasting, d.w.z. het in Nederland betaalde bedrag kan worden afgetrokken.

 

4. Rente (artikel 11 CDI)

Vergelijkbaar met punt 3 (dividenden) met dien verstande dat het maximumtarief voor belastingheffing in Nederland 10% zou moeten bedragen.

 

5. Verkoop van in Nederland gelegen onroerende goederen – Vermogenswinst (artikel 14 WTC)

In artikel 14 van het Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen Spanje en Nederland is bepaald dat voordelen uit de verkoop van onroerend goed kunnen worden belast in de staat waar het goed is gelegen. Met andere woorden, de winst die een fiscaal inwoner van Spanje behaalt met de verkoop van een onroerend goed in Nederland, kan in Nederland aan belasting worden onderworpen.

 

In artikel 25, lid 3, van de CDI is bepaald dat dit soort inkomsten of winst in Spanje is vrijgesteld van belasting, maar dat deze moeten worden meegerekend voor de berekening van het belastingtarief waartegen deze ingezetene inkomstenbelasting moet betalen voor een ander soort inkomsten van dezelfde categorie (vermogenswinst).

 

Opmerking : Het feit dat de DTA vaststelt dat deze winst in Nederland zou kunnen worden belast, betekent niet dat zij noodzakelijkerwijs in Nederland moet worden belast, aangezien het mogelijk is dat zij in dat land als “vrijgesteld” zou kunnen worden beschouwd of een andere fiscale behandeling zou kunnen krijgen dan die welke zij in Spanje zou kunnen krijgen. Indien, om welke reden dan ook, deze vermogenswinst in Nederland niet wordt belast, zal zij in Spanje “vrijgesteld” blijven van belasting.

 

6. Verkoop van aandelen of deelnemingen (artikel 14 CDI)

De meerwaarde verkregen bij de verkoop van aandelen of deelnemingen in een Nederlandse vennootschap zal in Spanje worden belast.

 

Volgens artikel 25, lid 2, CDI mag de belastingplichtige, indien deze vermogenswinst overeenkomstig zijn nationale wetgeving ook in Nederland aan belasting is onderworpen, in de in Nederland in te dienen belastingaangifte de belasting aftrekken die in Spanje over deze vermogenswinst verschuldigd zou zijn.

 

7. Ouderdomspensioen (artikelen 19 en 20 van de overeenkomst tussen Spanje en Nederland ter voorkoming van dubbele belasting)

Indien een inwoner van Spanje een pensioen uit Nederland ontvangt, moet een onderscheid worden gemaakt:

 

  • Pensioenen die worden ontvangen voor pensionering (niet-publieke werknemers) worden alleen in Spanje belast.

 

  • Pensioenen die rechtstreeks door de Nederlandse Staat worden uitgekeerd, omdat men ambtenaar is geweest, kunnen in bepaalde gevallen in Nederland worden belast, terwijl zij in Spanje zijn vrijgesteld. In ieder geval moet bij de Nederlandse overheid een certificaat worden aangevraagd, waarin wordt verklaard of het pensioen in Nederland van belasting is vrijgesteld.

 

Vanuit Netlex adviseurs in Marbella raden wij u aan contact op te nemen met onze professionele adviseurs indien u twijfels of vragen heeft met betrekking tot de Overeenkomst ter voorkoming van dubbele belastingheffing tussen Spanje en Nederland.

 

INFORMATIE BRON:

  • Overeenkomst tussen Spanje en Nederland ter vermijding van dubbele belastingheffing.
  • Fiscaal overleg DGT V1595-14
  • Belastingoverleg DGT V1993-16
Verdragen ter Voorkoming van Dubbele Belasting

Toepassing van Verdragen ter Voorkoming van Dubbele Belasting

Een Verdragen ter Voorkoming van Dubbele Belasting (DTA) is een bilateraal internationaal verdrag tussen twee staten, waarbij zij bepalen op welke wijze de inkomsten die de onderdanen van het eerste land in dat land verwerven, worden onderworpen aan het belastingstelsel van het tweede ondertekenende land en vice versa, d.w.z. op welke wijze de inkomsten die de onderdanen van het tweede land in dat land verwerven, worden onderworpen aan belasting in het belastingstelsel van het eerste ondertekenende land.

 

Niet alle landen hebben DTA’s ondertekend (hoewel de meeste dat wel hebben gedaan), hetgeen een aanzienlijk nadeel kan opleveren voor belastingplichtigen die in het ene land wonen en inkomsten verwerven uit een ander land waarmee geen DTA is ondertekend, aangezien in dergelijke gevallen de inkomsten in beide landen aan belasting kunnen worden onderworpen.

 

Uitgaande van de veronderstelling dat een fiscaal inwoner van een bepaald land in zijn aangifte voor de personenbelasting alle inkomsten moet opgeven die hij in de loop van het jaar heeft ontvangen, met inbegrip van inkomsten uit andere landen waarvoor hij eventueel in het buitenland belasting heeft moeten betalen, is de Verdragen ter Voorkoming van Dubbele Belasting het rechtsinstrument dat de mechanismen regelt om te voorkomen dat dezelfde bron van inkomsten tweemaal wordt belast.

 

Verdragen ter Voorkoming van Dubbele Belasting

 

In elke overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting kunnen we onderscheid maken:

  1. Een definitie van het begrip “fiscaal inwoner van een land”
  2. Een verklaring van de inkomsten die onder de overeenkomst zullen vallen.
  3. Een specificatie van het land waar deze inkomsten moeten worden belast. In de Verdragen ter Voorkoming van Dubbele Belasting’s bestaat de mogelijkheid dat dezelfde inkomsten in beide landen aan belasting worden onderworpen.
  4. Een mechanisme om dubbele belastingheffing te corrigeren, zodat dezelfde bron van inkomsten niet in beide landen wordt belast (methode voor de toepassing van dubbele belastingheffing).

 

Wij moeten uitgaan van het feit dat een “Spaanse” belastingplichtige in zijn aangifte in de personenbelasting alle inkomsten moet opgeven die hij wereldwijd heeft verkregen, ongeacht of hij in het buitenland belasting heeft betaald of niet, en dat niet alle dubbelbelastingverdragen hetzelfde zijn.

 

In het algemeen en afhankelijk van de configuratie van de Verdragen ter Voorkoming van Dubbele Belasting , kan dubbele belasting op twee manieren worden gecorrigeerd:

  1. De buitenlandse bron van inkomsten als inkomsten aangeven in de aangifte in de personenbelasting en zodra de verschuldigde belasting is berekend, de in het buitenland betaalde belasting aftrekken.
  2. De bron van buitenlands inkomen als inkomen opgeven in de aangifte in de personenbelasting (ter informatie), maar uiteindelijk geen belasting over dat inkomen betalen omdat het als “vrijgesteld” inkomen wordt beschouwd, hoewel het voor andere doeleinden meetelt.

 

Op grond van onze beroepservaring hebben wij kunnen vaststellen dat de mogelijkheid bestaat dat een inkomen in geen van de twee landen (woonland van de belastingplichtige en land van herkomst van het inkomen) belasting betaalt, wanneer het toepasselijke mechanisme ter voorkoming van dubbele belasting bestaat in de vrijstelling van aangifte van een inkomen, een omstandigheid die wij aan de hand van het volgende voorbeeld zullen toelichten:

 

Artikel 25, lid 3, van een overeenkomst inzake dubbele belastingheffing die Spanje heeft gesloten met een land van de Europese Unie dat wij “land x” zullen noemen, luidt als volgt:

 

Wanneer een inwoner van Spanje inkomsten verkrijgt of vermogensbestanddelen bezit die overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst in land x aan belasting kunnen worden onderworpen, stelt Spanje, behoudens het bepaalde in nummer 4, die inkomsten of vermogensbestanddelen vrij van belasting, maar mag Spanje voor de berekening van de belasting die overeenkomt met de overige inkomsten of vermogensbestanddelen van die inwoner, hetzelfde belastingtarief toepassen als zou gelden indien de vorengenoemde inkomsten of vermogensbestanddelen niet waren vrijgesteld.

 

In het genoemde “land x” bepaalt de belastingwetgeving dat zowel ingezetenen van dat land als niet-ingezetenen geen belasting betalen over de meerwaarden uit de verkoop van onroerend goed, ook al gaat het om een soort inkomen dat in dat land aan belasting onderworpen had kunnen zijn, zoals in de meeste Europese landen het geval is.

 

Dit betekent dat indien een fiscaal inwoner van Spanje een in dat land gelegen onroerend goed x verkoopt en daarbij een vermogenswinst verkrijgt, die winst in dat land niet zal worden belast omdat de binnenlandse belastingwetgeving van dat land daarin voorziet, en hij evenmin belasting in Spanje zal betalen overeenkomstig de bepalingen van artikel 25, lid 3, van de Overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting. (Bindend Belastingoverleg)

 

Van Netlex adviseurs in Marbella, is onze aanbeveling, wanneer u een Verdragen ter Voorkoming van Dubbele Belasting toepast, om zorgvuldig het artikel te analyseren dat verwijst naar de methode om dubbele belasting te voorkomen en in geval van twijfel naar een belastingadviseur te gaan die deskundig is op dit gebied en uw twijfels kan ophelderen.

huwelijksvermogensstelsel Spanje advocaten en economen

Het huwelijksvermogensstelsel van professionele partners in Spanje: advocaten en economen

Wie heeft nog nooit iemand horen zeggen: “Ik ben gehuwd in een huwelijksstelsel van scheiding van goederen”?

 

De eerste gedachte die een persoon buiten de professionele of juridische wereld zou kunnen hebben bij het horen van die zin zou zijn: waarom doen ze het, is er niet genoeg liefde of vertrouwen in dat paar om een regime van gemeenschap van goederen te handhaven? Deze vragen zijn vrij logisch, aangezien de meeste mensen weten dat in “gemeenschap van goederen” alle goederen en rechten (ook verplichtingen) die tijdens de geldigheidsduur van dit huwelijksvermogensstelsel zijn ontstaan en/of verworven, aan beide echtgenoten toebehoren, ook al werkt slechts een van hen (solidariteitsstelsel).

 

Laten wij ons het geval voorstellen van een echtgenoot die advocaat en/of econoom is en zijn echtgenote die huisvrouw en/of arbeidster is met een veel lager salaris dan haar echtgenoot. Men zou zich kunnen afvragen, wow, als dat echtpaar gaat scheiden, zal de vrouw “net genoeg” overhouden, misschien zal zij een compenserend pensioen en/of alimentatie krijgen, maar het door de echtgenoot verdiende patrimonium zal helemaal van haar zijn.

 

De rede ontbreekt niet in de bovenstaande redenering. In de meeste gevallen gaat het echter niet om een “gebrek aan liefde of vertrouwen”, maar eerder om het tegendeel, aangezien het de bedoeling zou zijn een “beschermingskussen” te creëren, zodat het gehele huwelijksvermogen niet wordt aangewend voor de betaling van eventuele toekomstige schulden die zouden kunnen ontstaan door de beroepsactiviteit van de “advocaat/echtgenoot”. Wanneer een echtpaar gehuwd is onder huwelijksvermogensrecht, kunnen alle goederen van het echtelijk partnerschap bijdragen tot de betaling van de schulden die door een van de echtgenoten zijn gegenereerd, terwijl wanneer zij gehuwd zijn onder het huwelijksvermogensstelsel van scheiding van goederen, alleen de goederen van die schuldenaar zouden bijdragen.

 

De beroepsactiviteiten die door bepaalde beroepsbeoefenaren worden uitgeoefend, zoals advocaten en economen of belastingadviseurs, zijn beroepsactiviteiten met een hoog risico, aangezien zij in geval van nalatigheid door hun beroepsbeoefenaren aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de betaling van bedragen die eerder door hun cliënten op zich moesten worden genomen voor werkzaamheden die niet zijn verricht met de zorgvuldigheid die van hen kon worden verlangd.

 

Het is waar dat beroepsbeoefenaren in de meeste gevallen een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering hebben afgesloten om dit soort risico’s te dekken, maar in veel gevallen garandeert het hebben van deze verzekering niet dat u volledig veilig bent. Daarom besluiten zij, als tweede verdedigingslinie om het huwelijksvermogen veilig te stellen, hun huwelijksvermogensstelsel te bepalen door de scheiding van goederen. Zolang deze regeling van kracht is, is het gebruikelijk dat de echtgenoot die middelen vergaard, een deel daarvan overdraagt aan de andere echtgenoot, met als enig doel het vermogen van beiden in evenwicht te brengen, met toepassing van een beginsel van “rechtvaardigheid” bij de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Momenteel geldt in Andalusië een belastingvermindering van 99% voor schenkingen tussen echtgenoten.

Het huwelijksvermogensstelsel van professionele partners: advocaten en economen

In het licht van het bovenstaande zijn er drie verdedigingslinies die elke zakenman of beroepsbeoefenaar zou moeten volgen om eventuele toekomstige “negatieve” onvoorziene gebeurtenissen als gevolg van zijn beroepsactiviteit in de echtelijke boedel tot een minimum te beperken. De eerste is het afsluiten van een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid, de tweede is het kiezen van een huwelijksstelsel van scheiding van goederen en de derde is het schenken van goederen aan de echtgenoot voordat er in de toekomst onbetaalde schulden ontstaan.

 

Deze laatste schenking, die in sommige gevallen in rechterlijke uitspraken is verzameld, is beschouwd als vermogensverkrijging in geval van toekomstige schulden, zodat wij zeer voorzichtig moeten zijn met de uitvoering ervan. Daarom zou het volgens ons veel zinvoller zijn om een speciaal huwelijksvermogensstelsel toe te passen, dat in Spanje gewoonlijk niet wordt gebruikt, maar dat zou voorkomen dat er “doorlopend” schenkingen tussen echtgenoten moeten worden gedaan om het vermogen van beiden in evenwicht te brengen (in het geval dat voor het huwelijksvermogensstelsel van scheiding van goederen is gekozen). Deze bijzondere regeling wordt MARITAAL EQUIVITARIS REGIME VAN DEELNEMING genoemd.

 

Het huwelijksvermogensstelsel van de deelneming is het stelsel waarin elk van de echtgenoten het recht verwerft om deel te nemen in de winst die zijn/haar partner heeft behaald gedurende de tijd dat dit stelsel van kracht is geweest. Het moet uitdrukkelijk worden toegestaan door huwelijkscontracten.

 

Deze regeling zou een “hybride” zijn tussen het stelsel van scheiding van goederen en het stelsel van gemeenschap van goederen, in die zin dat tijdens de duur van deze medezeggenschapsregeling op het huwelijk de regels van het stelsel van scheiding van goederen van toepassing zijn, en dat bij het einde van deze regeling (wat kan gebeuren door de wil van de partijen, of bij de ontbinding van het huwelijk) de winsten die beide echtgenoten hebben gegenereerd gedurende de tijd dat deze regeling van kracht was, gelijkelijk tussen beide echtgenoten moeten worden verdeeld. Op die manier kan worden vermeden dat vermogensbestanddelen van de ene echtgenoot aan de andere moeten worden afgestaan, of kunnen deze in ieder geval aanzienlijk worden verminderd.

 

Als het huwelijk onder het huwelijksvermogensstelsel valt en er wordt besloten om het te wijzigen in een deelneming stelsel, is het raadzaam om over te gaan tot de vereffening van het huwelijksvermogen (scheiding van goederen), zodat de goederen en rechten die vanaf het begin van dit stelsel uitsluitend aan “beide echtgenoten” toekomen, goed zijn afgebakend, om te voorkomen dat een deel van de eerder bestaande goederen (in het huwelijksvermogen) zou kunnen worden gebruikt voor de betaling van eventuele toekomstige schulden van de echtgenoot die beroeps- of handelswerk verricht.

 

Bij Netlex adviseurs in Marbella helpen wij u graag met al uw vragen over de verschillende huwelijksvermogensstelsels in Spanje.

valuation agreements

Koppeling van taxaties die door andere administraties zijn uitgevoerd. Vorige taxatie overeenkomsten

Vandaag gaan we een zeer interessant onderwerp behandelen en een zeer belangrijke fiscale transcendentie.

 

Zoals velen van u weten, is het in Andalusië mogelijk (via de website van de JUNTA DE ANDALUCIA) de minimale fiscale waarde van in Andalusië gelegen eigendommen (zowel stedelijk als landelijk) te berekenen, met het oog op de afrekening van de overdrachtsbelasting en het zegelrecht (I.T.P) en de successie- en schenkingsbelasting (I.S.D).

 

Bovenstaande verklaring moet worden genuanceerd naar gelang van het specifieke geval:

  • Indien de aangegeven waarde van een eigendom (in een openbare akte) hoger is dan de minimumwaarde van de belasting, is de belastingplichtige verplicht met het oog op de betaling van de IBP en/of de IBD de in de akte aangegeven waarde aan te geven, waardoor hij het risico vermijdt dat hij een cheque ontvangt van de Junta de Andalucía.

 

  • Indien de aangegeven waarde van een eigendom (in een openbare akte) gelijk is aan de minimumwaarde van de belasting, kan de belastingplichtige de in de akte aangegeven waarde aangeven voor de betaling van de I.T.P. en/of de I.S.D., waardoor hij het risico vermijdt een cheque te ontvangen van de Junta de Andalucía.

 

  • Indien de aangegeven waarde van een onroerend goed (in openbare akte) lager is dan de fiscale minimumwaarde, moet de belastingplichtige, met het oog op de betaling van de B.T.W., de fiscale minimum waarde aangeven, indien hij wil voorkomen dat hij een controle-onderzoek ontvangt en een bijkomende vereffening, met belangen van vertraging en in sommige gevallen met sanctie.

 

Via de website van de Junta de Andalucía is het mogelijk de fiscale minimumwaarden van de eigendommen te kennen met het oog op de betaling van de overdrachtsbelasting en het zegelrecht en van de successie- en schenkingsbelasting.

 

https://www.juntadeandalucia.es/agenciatributariadeandalucia/ov/valoracion/valoracion.htm

 

Het is van belang erop te wijzen dat er twee soorten taxaties zijn, een “informatieve” taxatie en een “bindende” taxatie.

 

Om de bindende taxatie te verkrijgen, zoals wij hebben kunnen nagaan door de webtoepassing te raadplegen, is een elektronische handtekening nodig, en moet het verzoek worden ingediend door de eigenaar van het “eigendom”.

 

 Het verkregen “bindend” rapport zou 3 maanden geldig zijn en moet worden opgenomen in de openbare akte van overdracht van het onroerend goed in kwestie (aankoop, verkoop, kapitaalverhoging, schenking…).

 

Indien u niet over een elektronische handtekening beschikt, niet over de kadastrale gegevens van het onroerend goed beschikt, of niet gemachtigd bent (volgens het webplatform) om deze “bindende” taxatie te verkrijgen, bestaat er een andere mogelijkheid om deze te verkrijgen, namelijk door een schriftelijk verzoek in te dienen bij de belastingdienst van Andalusië. De formulieren om deze procedure uit te voeren (tenminste voor rustieke eigendommen) zijn gewoonlijk niet beschikbaar op de website van de Junta de Andalucía, zodat het nodig zou zijn ze aan te vragen in een van de delegaties van de Junta, of in de kantoren.

 

In de meeste gevallen beperken de “adviseurs” zich tot het aanvragen van een “informatieve” waardebepaling (zonder elektronische handtekening), omdat zij van mening zijn (wat waar is) dat de cliënt door toepassing van deze via het webplatform van de Junta verkregen waarde geen aanvullende vereffening van de Junta de Andalucía zal ontvangen; zij vergeten echter de mogelijkheid dat andere belastingadministraties (bijvoorbeeld het belastingkantoor) deze “informatieve” waarde niet aanvaarden.

 

Het probleem is dat deze “informatieve” waardebepaling niet bindend is om door een andere administratie te worden aanvaard, dus bij Netlex adviseren wij onze klanten altijd om een “bindende” waardebepaling te vragen, om twee redenen:

 

  • Omdat het gratis is.
  • Omdat wij van mening zijn dat het zou kunnen worden gebruikt tegen eventuele controles uitgevoerd door andere administraties (bijvoorbeeld belastingdienst), allemaal krachtens de bepalingen van de T.E.A.C in haar resoluties van 14 mei 2019, en 9 april 2019 (RG 4610/2016) die het bindende karakter  heeft dat voor de Inspectie van belastingen de vorige waardering van onroerend goed uitgevoerd door bevoegde instantie van de Autonome Administratie vast te stellen.

 

Vorige taxatie overeenkomsten

 

Laten we een voorbeeld bekijken:

Laten wij ons het geval voorstellen van een persoon die voornemens is een onroerend goed dat hij ooit voor de prijs van 100.000 euro heeft verworven, in te brengen in een handelsvennootschap om het aan te tasten in de economische activiteit van die vennootschap.

 

  • Volgens de taxatie van de Junta de Andalucía (bindende taxatie) wordt het eigendom getaxeerd op 150.000€.
  • Volgens de taxatie van een “officieel taxatiebureau” wordt het eigendom getaxeerd op 200.000€.

 

Op grond van deze informatie rijst de vraag welk alternatief raadzaam zou zijn.

 

Welnu, in het onderhavige geval, als de belastingplichtige beschikt over een taxatie overeenkomst van het onroerend goed, afgegeven door de Junta de Andalucía (150.000€), die is opgenomen in de akte (in dit geval van kapitaalverhoging), zelfs als deze waarde lager is dan die welke is verkregen door middel van een taxatie door een onafhankelijke deskundige, begrijpen wij dat dit de referentiewaarde zou zijn die de belastingplichtige in aanmerking zou moeten nemen, zowel voor de liquidatie van de operatie in I. T.T.W., alsmede voor de aangifte van die overdracht in zijn I.R.P.F.-aangifte, om voornoemde redenen, zelfs indien hij een lager bedrag aan I.T.W. (Vennootschapsbelasting), en I.R.P.F. (Inkomstenbelasting) zou betalen.

 

Het lijkt erg vreemd om dit te zeggen, maar in het geval dat als waarde van de overdracht de hoogste waarde is gekozen die via een taxatie van onroerend goed is verkregen, loopt deze operatie het risico “naar boven” te worden gecontroleerd en gewijzigd door de inspectiediensten van de overheidsdienst voor belastingen (I.R.P.F), en van de belastingdienst van de Andalusische gemeenschap (I.T.P), aangezien deze door een deskundige verkregen taxatie niet bindend is. Er moet rekening mee worden gehouden dat de deskundigen van de belastingadministratie verschillende methodologieën kunnen gebruiken om de onroerende goederen te taxeren en dat elke methodologie een andere waarde oplevert; wij zijn evenwel van mening dat hun handen “gebonden” zouden zijn om een dergelijke taxatie te wijzigen, indien de belastingplichtige een eerdere bindende administratieve taxatie gebruikt die door de autonome administratie is uitgevoerd.

 

Volgens onze ervaring is de taxatie die wordt verkregen door middel van de toepassing die door de Junta de Andalucía wordt verstrekt, voor eigendommen die een kadastrale referentie hebben, gewoonlijk lager dan die welke door de onroerendgoed taxateurs wordt verstrekt en daarom is het een instrument dat door elke belastingadviseur in aanmerking moet worden genomen.

 

Het verkrijgen van eerdere administratieve taxaties zou echter in bepaalde gevallen niet de juiste manier zijn om eigendommen te taxere, in welk geval het raadzaam zou zijn een beroep te doen op de diensten van een onroerend-goed taxateur.

 

Bij Netlex asesores bieden wij onze klanten diensten aan voor de taxatie van onroerend goed, via adviezen van onafhankelijke deskundige taxateurs.

Insolventieprocedure in Spanje

Insolventieprocedure in Spanje: Rechtsvorderingen tot herstel en Bedrog van Schuldeisers

Een insolventieprocedure in Spanje is een gerechtelijke procedure die wordt ingeleid wanneer een natuurlijke of rechtspersoon insolvent wordt en niet meer in staat is alle verschuldigde betalingen te verrichten, en de hulp van de handelsrechtbank nodig heeft.

 

Deze procedure is een manier die door ondernemingen wordt gebruikt om te trachten hun patrimoniale situatie vlot te trekken, aangezien door middel van een insolventieakkoord en het bereiken van een akkoord zodat de meeste van de insolvente schuldeisers afzien van de volledige betaling van hun krediet (kwijtschelding en afstand van schuldvorderingen), een onderneming soms vlot kan worden getrokken.

 

In de praktijk is het inderdaad een procedure die meestal wordt gevraagd door ondernemingen die in een moeilijke financiële situatie verkeren en die de voornaamste manier is die de bestuurders van de onderneming gebruiken om een onderneming te vereffenen en te ontbinden, waarbij zij zoveel mogelijk vermijden dat zij aansprakelijk worden gesteld voor de niet-betaling van uitstaande schulden door de onderneming.

 

Een van de bijzonderheden van de insolventieprocedure in Spanje is de bevoegdheid van de curator om alle verrichtingen van economisch belang die de vennootschap de laatste twee jaar heeft uitgevoerd, te bestuderen en te analyseren. Na analyse van deze transacties gedurende deze periode konden transacties van dubieuze oorsprong worden opgespoord, of die als nadelig voor de schuldeisers van de onderneming konden worden beschouwd, bijvoorbeeld indien de onderneming een onroerend goed aan een van de vennoten van de onderneming had verkocht voor een prijs die lager was dan de normale marktwaarde. In dat geval heeft de curator de bevoegdheid om de Rechtbank van Koophandel te verzoeken dergelijke transacties te “ontbinden” (annuleren) omdat zij het vermogen van de onderneming hebben geschaad; volgens de bepalingen van artikel 71, lid 1, van de insolventiewet zouden ook de schuldeisers over een dergelijke bevoegdheid beschikken.

 

Op grond van onze ervaring op het gebied van insolventieprocedure in Spanje weten wij dat de curatoren het onderzoek van de gebeurtenissen in de insolvente onderneming gewoonlijk beperken tot de laatste twee jaar, om na te gaan of de onderneming een of andere verrichting kan hebben verricht die kan worden “gereïntegreerd” of geannuleerd.

 

De bepalingen van artikel 71, lid 6, van de insolventiewet zelf mogen echter niet worden vergeten, waarin staat:

 

“De uitoefening van de rechtsvorderingen tot terugtrekking belet niet de uitoefening van andere rechtsvorderingen ter betwisting van de handelingen van de schuldenaar die volgens de wet passend zijn en die voor de insolventierechter kunnen worden ingesteld overeenkomstig de in het volgende artikel vervatte bevoegdheids- en procedureregels”

 

Met andere woorden, naast de faillissementsvordering van artikel 71.LC zijn er nog andere vorderingen tot opheffing, die alle in het Burgerlijk Wetboek zijn opgenomen en die ook in het kader van een akkoord met schuldeisers zouden kunnen worden uitgeoefend, waaronder de REVOCATIE IN FRAUDE VAN SCHULDVORDERINGEN OF PAULIANA ACTIE, die betrekking zou hebben op het onderzoek van operaties die in fraude met schuldeisers zijn uitgevoerd, in een tijdsbestek van 4 jaar, waarvan ik zal trachten een kleine inleiding te geven.

 

Insolventieprocedures in Spanje

 

 

Herroeping van akten van bedrog jegens schuldeisers (Pauliana Actie)

Een handeling of een contract herroepen betekent eenvoudigweg: erop terugkomen en het zonder gevolg laten. Dit is het ruime begrip herroeping, dat inhoudt dat het vermogen van de schuldenaar wordt hersteld in de toestand waarin het zich bevond vóór de verandering die erin is aangebracht door een frauduleuze handeling, die ertoe strekt het vermogen te onttrekken aan de verplichtingen die eraan zijn verbonden.

 

De pauliana actie is een maatregel tot behoud van het vermogen van de schuldenaar en derhalve ter bescherming van de kredieten. Artikel 1.111 C.C. verwijst ernaar in lid 2 wanneer het stelt dat de schuldeisers “ook de handelingen kunnen betwisten die de schuldenaar heeft verricht met bedrog van zijn recht”.

 

Deze vordering heeft betrekking op de mogelijkheid dat de schuldeisers, nadat zij de goederen die de schuldenaar in bezit heeft, hebben nagetrokken om te innen wat hun verschuldigd is, de handelingen kunnen aanvechten die de schuldenaar heeft verricht met bedrog jegens de rechten van de schuldeisers. Met andere woorden, zij kunnen proberen de frauduleuze verkoop door de schuldenaar ongedaan te maken en de verkochte goederen terug in het patrimonium van de schuldeiser te krijgen, zodat deze kunnen worden gebruikt om de vorderingen van de schuldeisers te betalen.

 

De herroepingsvordering strekt ertoe, volgens de definitie van het Burgerlijk Wetboek, de door de schuldenaar verrichte frauduleuze vervreemdingshandelingen hun nuttig effect te ontnemen. Gezien de invloed van het Romeinse recht wordt dit beroep ook wel “pauliana” genoemd, omdat het is geformuleerd door de Romeinse rechtsgeleerde Paulo.

 

ALBALADEJO bevestigt “dat de pauliana niet tot gevolg heeft dat de aangevallen handeling wordt herroepen, maar dat zij niet wordt tegengeworpen aan de schuldeiser die er gebruik van maakt”.

 

Het wordt geregeld in de artikelen 1.111 en 1.291 en volgende van het C.C., alsook in enkele andere van het Wetboek en de Hypotheekwet en in tegenstelling tot de faillissementsontbinding is de termijn voor zijn tussenkomst niet twee jaar maar vier.

 

Volgens het STS van 27/11/1991 (beroep nr. 2415/1989) is de pauliana-actie een van de rechtsmiddelen die de wet aan de schuldeisers toekent om bij de bevoegde rechterlijke instanties de nietigverklaring te vorderen van de beschikkingsdaden die de schuldenaars met bedrieglijk opzet ten aanzien van hun goederen hebben gesteld, wanneer zij niet over andere middelen beschikken om dit doel te bereiken.

 

Bovendien voegt het STS van 31/5/1999 (nr. 485; beroep 3402/1994) hieraan toe: De vordering tot ontbinding wegens schuldeisersbedrog is in de doctrine en de rechtspraak opgevat als een rechtsmiddel in extremis om de schade te voorkomen die een frauduleuze handeling toebrengt aan het krediet van de schuldeiser. Daartoe moet zijn voldaan aan de voorwaarde dat het krediet reeds bestond vóór de vermeende frauduleuze handeling, hoewel dit later kan zijn indien wordt bewezen dat de handeling is verricht met het oog op en ten nadele van het toekomstige krediet.

 

Bij Netlex asesores zijn we experts in vennootschapsbelastingplanning, en ontwerpen we strategieën om de insolventie van ondernemingen te voorkomen en/of om te keren.